‘Als ik rust, crepeer ik’. Mijn autocorrector legt de vinger op de zere plek wanneer ik in mijn notities een herinnering aan mezelf wil typen. Ik had net ‘The Artist Way’ aan de kant gelegd, een boek dat me uit een creatief slop moet trekken. Want ik maak niks, en daar maak ik me zorgen, en dan rust ik niet, en dan maak ik niets en dan maak ik me zorgen. Zoiets. ‘Rusten is ook creëren’, zegt Julia Cameron, maar dan moet ik de rust wel eerst vinden.
‘Als je schrijft moet je durven falen’ zegt mijn songwriting-lerares wanneer ik haar erover vertel, ‘Dat moet je jezelf ook gunnen’.
Ik gun mezelf vooral een Harry Potter-pyjama, denk ik wanneer ik die avond in Lidl ben. En ik weet ook wel dat die het piekeren alleen maar comfortabeler maakt, dus wanneer we de tweede Harry Potter-film kijken, – want als je zo’n pyjama hebt, moet je wel de films kijken –, doe ik niets anders dan nadenken over de column die ik moet schrijven, hoe ik dat klaar ga spelen en waarom mijn stem dan belangrijk zou zijn. Het is duidelijk dat ik huis Griffoendor ben (en een mega nerd): ik ben echt zwaar-moedig (en ook een flauwe woordgrapjesfanaat…).
De volgende ochtend drink ik koffie met een schrijfvriendin: ‘Hoe geraak jij over zo’n blokkade, Sara?’ ‘Eerst moet ik mijn hoofd leegmaken, dus ik ga wandelen, of speel piano tot ik niet meer aan werk denk. Of ik lees.’ Dus doe ik exact dat: die namiddag leer ik Chet Baker op piano, wandel ik twee uur met mijn hond, lees een half boek. Moe. Ik ga even op bed liggen, mijn telefoon loenst.
Een uur later lig ik nog steeds Koreaanse kookvideo’s en hondenfilmpjes te kijken, stress heeft zich weer in mijn maag vastgeknoopt. Dus ik denk: genoeg, en sleep me naar mijn zolderkamertje. Het gaat om de arbeid, om de woorden op papier krijgen. Dat is het enige wat nu telt. Dus ik begin: ‘Als ik rust, crepeer ik.’
Plaats een reactie